Lieve mensen van God!
Je naaste liefhebben als jezelf. Daar gaat het vandaag over. Deze zin, die Jezus aanhaalt in het gesprek met de wetgeleerde, komt uit het boek Leviticus, een boek met allerlei voorschriften over het sociale en godsdienstige leven. En binnen dat boek gaat het in hoofdstuk 19, waar dit vers uit komt, over levensheiliging.
Het Hebreeuws gebruikt hetzelfde woord voor liefde in een relatie als voor liefde binnen gezin en breder familieverband, voor vriendschap en zelfs voor het respecteren van een held of koning, en ook voor het liefhebben van de medemens en een vreemdeling. Dat is verwarrend.
Het theologisch woordenboek vertaalt het woord liefhebben in de verbinding met de naaste als ‘tegemoetkomende bereidheid tot hulp aan de volksgenoot’.
Dat is al wat gemakkelijker dan iemand werkelijk liefhebben… Maar het blijft wel staan.
Hoe vaak werd vroeger mensen niet geleerd vooral voor anderen klaar te staan, verwijzend naar dit gebod, waarbij aan het liefhebben van jezelf als basis, gemakkelijk werd voorbijgezien – met alle verdrietige gevolgen van dien. Je moet je naaste liefhebben als jezelf, werd er gezegd, maar die laatste twee woorden waren soms nauwelijks verstaanbaar.
Veel mensen hebben in dit gebod een aansporing gehoord om niet teveel aan zichzelf te denken, maar toch vooral aan een ander. En dan kan je zomaar, onderweg in het leven, jezelf kwijtraken.
Het is mijn ervaring vanuit het pastoraat dat veel mensen er nogal een flinke dobber aan hebben om zichzelf daadwerkelijk lief te hebben. Hoe vaak is er niet de twijfel of je er wel zijn mag, of je wel goed genoeg bent, of anderen je wel waarderen … of je wel je eigen plekje onder de zon mag innemen…
Zeker als er thuis een kil en hardhandig klimaat heerste - als klappen of harde woorden je de richting wezen, waarin je geacht werd te gaan, of als er simpelweg door alle harde werken geen tijd was om eens even echte aandacht voor je kinderen te hebben.
Vandaag de dag is voldoende tijd en aandacht nog te vaak een probleem.
Kinderen worden soms overladen met alles wat ze maar willen hebben –
als compensatie van het gebrek aan werkelijke aandacht. Armoede dus eigenlijk… temidden van wat we een rijk leven plegen te noemen.
Het gaat niet goed met mensen, wanneer ze niet van zichzelf houden.
Ze kruipen ergens in een hoekje, ze maken zich klein – of gaan als reactie op innerlijke onzekerheid juist zichzelf overschreeuwen in de zucht naar erkenning – of slaan, meestal figuurlijk, om zichzelf heen in een poging zich staande te houden.
En daarmee doe je uiteindelijk vooral jezelf te kort.
Wie zichzelf niet de moeite waard vind, kan gemakkelijk ook genadeloos zijn naar anderen. Alleen daarom is het al van het grootste belang dat een mens van zichzelf houdt. Het zou me niet verbazen wanneer de schutter in Noorwegen, die een einde maakte aan bijna honderd levens, en nog veel meer levens in een enorm verdriet heeft gestort, eigenlijk vanbinnen een heel onzeker persoon was … die niet heeft kunnen liefhebben.
Harrie Jekkers heeft een sarcastisch, maar treffend liedje over gemaakt over de moeizame weg van het houden van jezelf. Het heet: ‘ik hou van mij’.
Als een mens niet daadwerkelijk van zichzelf houdt, zingt hij, dan betekent ‘ik hou van jou’ eigenlijk zoveel als: Schat, hier heb je mijn problemen, los maar op …
Grote woorden als houden van, die zo mooi klinken, maar eigenlijk een wanhoopskreet zijn … en dan geef je met jezelf vooral al je nood aan de ander…
in de hoop dat de ander het oppakt… een roep uit diepe eenzaamheid dus eigenlijk…
Jekkers eindigt zijn lied met deze woorden:
'ik hou van jou' is niet de sleutel tot een ander
maar 'ik hou van mij' - al klinkt het bot en slecht
Want wie van zichzelf houdt die geeft pas echt iets kostbaars
als - ie: 'Ik hou van jou', tegen een ander zegt...
Mooi, maar hoe leer je dat dan, van jezelf houden? Waar haal je het in Godsnaam vandaan? Nou inderdaad, in Gods naam. Daarin mag voor ons de basis liggen.
Martin Buber vertaalt het gebod waar het vandaag over gaat zo: Heb je naaste lief, die is als jij. En hij stelt, dat dit gebod verwijst naar het scheppingsverhaal waar gezegd wordt dat de mens geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van God.
Daarin ligt zijn waarde – zijn onverwoestbare waarde.
En een mens heeft de opdracht, vanuit deze basis, zichzelf lief te hebben, enkel en alleen omdat hij nu eenmaal naar het beeld en de gelijkenis van God is geschapen.
Met andere woorden: ieder mens heeft een onverwoestbare kostbaarheid,
zo je wilt: een heilige kern, die je alleen maar hoeft te ont-dekken.
Dat heeft niet te maken met wat je allemaal klaarmaakt in het leven,
wat je presteert, wat je bezit. Nee, het legt de kern bloot van wie je mag zijn:
een mens met zijn oorsprong in God.
Die kern blijft altijd, maar soms groeit er zoveel overheen aan negatieve ervaringen of gedachten, dat het moeilijk is om weer zicht te kunnen krijgen op die gave kern.
In mijn studietijd in Amsterdam heb ik jaren als vrijwilliger gewerkt in een kerk voor harddruggebruikers – mensen die ook wel ‘junk’ – afval genoemd worden en zich vaak als afval voelen. Uitgangspunt van deze kerk voor gebruikers, vanuit de medewerkers, is nog altijd: Ieder mens is kostbaar in Gods ogen.
In die jaren dat ik daar werkte, heb ik de kracht van deze woorden leren verstaan. Dat hoezeer een mens soms ook zichzelf kwijtraakt, altijd kostbaar is in Gods ogen – wat een kracht gaat er vanuit als je zo naar anderen leert kijken.
En als je zo naar je naaste – je medemens – leert kijken, dan kan het toch niet anders of je mag jezelf ook ontdekken als kostbaar mens – in Gods ogen.
Daarom begin ik altijd mijn overweging met de woorden: lieve mensen van God.
In De Drie Ranken zijn de mensen daar inmiddels aan gewend.
Ik begin altijd zo, omdat u stuk voor stuk Gods lieve mens bent - en het mijn diepste verlangen is, dat ieder van ons persoonlijk zichzelf zo noemen durft, als basis voor zijn en haar eigen leven. Want ik ben er van overtuigd, dat de warmte en kracht en zachtheid die daarbij vrijkomt, als je jezelf zo leert zien, dan niet alleen ten goede komt aan uw direct geliefden, maar ook naar mensen die zomaar op uw weg komen – zomaar een willekeurige naaste, een medemens, die is zoals u en ik. Even kostbaar, even heilig, even geliefd in Gods ogen. Dat het zo mag zijn, voor u en jou en voor mijzelf – amen.
www.jachtlaankerk.nl