Home
Actualiteiten
Kerkdiensten online beluisteren
Kerkgebouwen
Predikanten
Werkgroepen
Voor de jeugd
Vorming en toerusting
Adressen
Interessante links
Foto-archief
Zoeken op de site
 

preek
5 september 2010 - Jachtlaankerk Ds. J.G. de Bruijn

Printbare pagina
PDF
Zondagsbrief
Archief
Beluisteren:

Lucas 14: 25-33
Een reiziger mocht meereizen met een wijs man. Het land van geluk was het doel van de reis. Met een gepakte rugzak ging hij samen met de wijze op weg.
Hij kon hem echter niet bijhouden. Daarom riep hij hem en vroeg:
Waarom loop jij zo licht en ga ik zoveel trager.
Dat komt door je zware rugzak, antwoordde deze. Wat heb je er in zitten?
Geld, zei de reiziger.
De wijze sprak daarop: in het land van geluk is geld niet belangrijk.
Na enig aarzelen liet hij het geld achter.
Toen ze een berg beklommen, kon hij weer nauwelijks meekomen.
Laat je diploma's achter, zei de wijze. In het land van het geluk gaat het er niet om wat je geleerd hebt, maar om wie je bent.
Ook deze raad volgde hij op. De diploma's haalde hij uit zijn tas. Niet alleen deze.
Steeds weer liet de reiziger onderweg iets uit de rugzak achter.
Net zolang totdat deze leeg was.
Bij een steile bergpas bleek het noodzakelijk om ook de rugzak zelf achter te laten.
Zo gingen ze samen, de wijze en de reiziger.
Zo kwamen ze tenslotte bij de grens van het land van geluk.
Ze hoefden alleen nog een hangbrug over te steken, die boven een kolkende rivier hing. De wijze liep zonder mankeren naar de overkant.
Maar toen de ander zijn voet op de brug zetten, kraakte deze vervaarlijk en dreigde te bezwijken. De reiziger riep vertwijfeld: hoe komt dat nou, ben ik nu nog te zwaar.
Ik heb al mijn bagage achtergelaten. Wat moet ik doen?
Daarop zei de wijze: je moet je eigendunk uit je hart doen, dan word je lichter.
Op het moment dat de reiziger dat deed, hield het kraken van de brug op en kon hij de oversteek maken naar het land van geluk.

Om het land van geluk te bereiken moet je loslaten. Moet je loslaten wat of wie je vasthoudt. Moet je soms loslaten wat houvast voor jou leek.
Ieder mens zoekt houvast in zijn leven.
Maar ieder weet ook, dat je houvast niet kunt vasthouden.

Houvast, dat kan een tijd lang voor je zijn de plek waar je woont.
Het dorp, de stad, het huis waarin je opgroeit. Ze kunnen vertrouwd zijn en vertrouwen en houvast geven.
Maar ze dragen ook een gevaar in zich: als je blijft hangen kunnen ze jouw ontwikkeling blokkeren.
Een jongere, maar ook een oudere weet: vroeger of later komt er een moment dat ik moet gaan. Het huis uit, een eigen plek op een andere plaats.
Je bezit kan een houvast zijn.
Je geld, je spullen. Ze geven vaak een gevoel van zekerheid. Ze kunnen je helpen.
Maar ze kunnen ook een blokkade vormen als je er teveel vastzit.
Ouderen die naar een verzorgingshuis moeten, vragen zich af: Wat kan ik nog meenemen. Soms zijn ze zo gehecht aan een die te grote kast, die beslist een plaats moet krijgen in de te kleine kamer. Dan merken ze dat die kast langzamerhand een sta in de weg wordt.
Je bezit, je geld, het kan je helpen tijdens je leven. Maar je weet ook dat er een moment komt dat je het moet loslaten. Je geld kun je niet meenemen in je graf.
Hou je er teveel aan vast, dan kan het een blokkade gaan vormen om in vrede te sterven.
Houvast kun je niet vasthouden.
Dat geldt ook voor familie. Of voor vrienden op wie je bouwt.
Ze kunnen je helpen in je leven.
Ze zijn altijd voorlopig. Er komt een moment dat je welk mens dan ook moet loslaten, aan het leven of aan de dood. Je kunt ook door de te vaste kring van vrienden en familie belemmerd worden om een vrij mens te worden.

Houvast, geloof zijn, je geloofsvoorstellingen.
Geloof wat je van huis uit hebt meegekregen kan steunen, kan dragen, een tijd lang.
Maar er komt altijd een moment van loslaten. Want elke menselijke voorstelling, elke menselijke gedachte, elke geloofsbelijdenis, elke menselijk beeld van God is voorlopig. Ze dragen allemaal een gevaar is zich.
Als je er aan vast gaat zitten worden ze blokkades en een sta in de weg.
Een oudere zei me: ik heb vroeger vol overgave geloofd in de almachtige vader, in een koning der ere, in de gouden straten van de hemel na je dood.
Maar op een gegeven moment kon ik het niet meer.
Ik kon mijn leven niet meer rijmen met die beelden en die woorden.
Ik kon ze niet vasthouden. Het houvast verbrokkelde.
Ik kwam in een leegte, in niemandsland terecht.
Pas later merkte ik dat er in de leegte ruimte kwam voor een andere manier van denken, een andere manier van geloven.
Houvast kun je niet vasthouden.
Dat geldt ook voor jouw manier van denken over God.
God kan opgesloten raken in onze beelden, in onze woorden, in deze kerk.
Wat is geloven, vroeg iemand.
De ander pakte een beeldje.
Keek er even naar en liet het toen op de grond vallen, in honderd stukken.
Wat doe je nou, vroeg de eerste.
Zo is geloven voor mij.
Elk beeld wat je van God hebt kan je helpen.
Maar denk niet dat God samenvalt met jouw beeld. Het beeld kan je denken en geloven vastpinnen. Het kan je belemmeren en blokkeren.
En daarom moet je het op een gegeven moment ook laten vallen om weer ruimte te krijgen waarop God zich opnieuw aan jou kan voordoen.
De middeleeuwse mysticus Meister Eckhart zei het zo: het hoogste en uiterste wat een mens kan loslaten, is dat hij God omwille van God loslaat.
Voorbeeld: als kind leer je: God is daarboven, in de hemel, een man met een baard, die vertrouwen geeft. Prachtig beeld, dat een tijdlang mee kan gaan.
Maar als een kind ouder wordt kan het beeld averechts gaan werken.
God daarboven, die alles hoort en ziet, God van de gouden straten?
Als je dat beeld niet durft los te laten, kan er niets anders voor in de plaats komen.
Dat is met de generatie van de na de oorlog gebeurd.
Ze hebben God vastgepind op bepaalde voorstellingen en vervolgens hebben ze God afgeschaft. Dat is ook in mijn beleving het kind met het badwater weggooien.
Toen ik kind was geloofde ik in God als de vader daarboven.
Ouder wordend kreeg God de trekken van Jezus die mij kritisch liet nadenken over hoe ik in het leven moest staan.
Weer later ging het beeld van Etty Hillesum me aanspreken: God is als een bron van vertrouwen in je waarvoor je ruimte moet scheppen.
Het ene beeld volgde op het andere.
Het is allemaal dezelfde God, die de kop opsteekt, als wij durven loslaten en niet in de weg staan met vastgeroeste beelden of opvattingen.

Voor Jezus is geloven leerling zijn.
Dat leerling- zijn is niet gemakkelijk. Als Jezus er over spreekt dan lijkt het wel alsof hij waarschuwt om er aan te beginnen. Bedenk bij wat er komt kijken, net zoals wanneer je aan een groot bouwproject begint. Dan moet je van tevoren berekenen wat het allemaal gaat kosten. Doe je dat niet dan blijf je misschien met fundamenten over, waar niks op gebouwd kan worden en dan maak je je bespottelijk.
Leerling zijn is niet gemakkelijk. Jezus verbindt het aan het woord kruis dragen.
En hij koppelt het aan loskomen van het houvast, dat bezit, maar ook dat ouders, vrienden, familie voor je kunnen zijn. Zelfs het houvast dat jij met je gedachten, redeneringen en overtuigingen voor je zelf kunt zijn.
In de Nieuwe Bijbelvertaling staat:
Wie daar niet mee breekt of wie er niet afstand van doet.
De Naardense Bijbel vertaalt dichter bij de oorspronkelijke tekst.
Wie niet haat vader, moeder, vrouw, kinderen, broers, zussen, wie niet haat zichzelf, wie niet haat al wat hij bezit, kan geen leerling zijn van mij.
Die teksten van Jezus zijn radicaal en vreemd. Voor ons is dat woord haten geladen met gevoel van afschuw en afweer. En als je de teksten zo leest, dat je een afschuw zou moeten hebben van je man, vrouw, kind, familie, dan beland je voor je het weet in de meest fundamentalistische hoek, waar de geloofswaanzin niet zelden ten koste gaat van alle menselijkheid, omdat het kan leiden tot het breken met familie en zelfs kan leiden tot moord en doodslag. Als je het woord haten zo toepast op hen of op je zelf, word je ziek van geest.
Het woord haten duidt op wat anders. Het spitst zich toe op wat niet op de eerste plaats moet staan. In de Semitische talen gebruiken ze tegenstellingen om iets duidelijk te maken.
Haat je familie betekent dan: laat ze niet op de eerste plaats staan.
Natuurlijk zijn ze belangrijk en natuurlijk s het goed om ze lief te hebben.
Ook daartoe roept Jezus meermalen op. Heb eerbied, heb ze lief.
Maar de eerste plaats: nee.
Jezus is in daad en woord vaak verrassend kritisch op de familie of op het gezin.
Hij lijkt niet de grote promotor van het gezin als hoeksteen van de samenleving.
Want een familie kan je het leven in helpen. Maar ook je zo vasthouden, dat jij onvrij wordt en dat jij jouw weg door het leven niet vindt.
Jezus is eigenlijk de voorloper van het individualisme. Het gaat om jou, dat jij leerling bent en dat jij telkens weer zoekt en openstaat en zult vinden.

Jij wordt geroepen leerling te zijn.
Leerling te zijn van het goddelijke geheim.
Dat betekent: beseffen dat geloven nooit af is.
En ook dat je het nooit bezit. En niet hebt. En zeker niet kunt vasthouden.
Leerling zijn beduidt: alles wat wij mensen doen en denken, is voorlopig.
Wij kunnen met onze gedachten, onze voorstellingen een eindje in de richting komen. Als je de zin geloven in God letterlijk uit de Bijbel vertaalt, staat er eigenlijk: Geloven in de richting van God.
Houvast kun je niet vasthouden. Of het nu geloof of bezit is, of het nu je vaste gewoontes, je dorp, je stad, je gezin, je familie is, je kunt het niet vasthouden.
Iedereen en alles, ook je geloof, ook jouw dunk en eigendunk, moet je op een gegeven moment loslaten.
Mag je loslaten.
Het goddelijke geheim is: in het loslaten ben je niet alleen.
Wij worden geroepen om leerling te zijn en levenslang leerling te blijven.
Om open te staan en ruimte te maken.
En God?
Ik zal er zijn, Ik zal geboren worden, betekent die naam letterlijk.
Die ontstaat steeds opnieuw, onverwacht.
Die geschiedt, gebeurt steeds opnieuw, tot over alle grenzen van wij kunnen overzien.
Sta God niet teveel in de weg, met welk schijnhouvast dan ook.
Durf los te laten, durf leerling te zijn, levenslang.
In het loslaten en leerling zijn ben je niet alleen.
De brug naar het land van geluk zal je dragen, ook, juist, als je zonder teveel ballast
aankomt.

Amen

 


Printbare pagina
PDF
Zondagsbrief
Archief


Bovenzijde pagina